GYNAECOLOGISCHE ONCOLOGIE
Onderstaand zijn de gegevens en de toelichting weergegeven voor het jaarverslag 2024 van de gynaecologische oncologie.
De overzichten geven inzicht in de aard van de gegeven behandelingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen behandelingen in verband met een primaire tumor of in verband met een recidief. Het aantal nieuwe patiënten was 615 in 2024. Bij 16% van de patiënten bleek sprake van een goedaardige aandoening.
In het Amsterdam UMC en Flevoziekenhuis samen, werden 413 grote ingrepen uitgevoerd. De onderafdeling gynaecologische oncologie van het Amsterdam UMC participeert in de landelijke gynaecologische oncologische (DGOA) registratie.
Kwaliteit van zorg
Radicale hysterectomie in verband met cervixcarcinoom
Aan de volumenorm van 20 per jaar voor de Wertheim wordt, ondanks teruglopende aantallen door alternatieve behandelingen, nog steeds ruim voldaan. Van 156 patiënten die een Wertheim ondergingen tussen 1 januari 2019 en 1 juni 2023, is 95,5% twee jaar na behandeling ziekte vrij.
Een punt van aandacht is de wachttijd tot operatie. Het streven is de operatie binnen 35 dagen na het eerste consult te laten plaats vinden. De mediane wachttijd tussen het eerste consult en de radicale hysterectomie was in 2024 27 dagen, 75% van de patiënten werd binnen 36 dagen geopereerd. Langere wachttijd was in het merendeel van de gevallen het gevolg van de tijd die patiënten namen om alternatieve behandelingen te overwegen. Het percentage waarbij binnen 30 dagen na radicale hysterectomie een complicatie optrad is 1,9%, dit is aanzienlijk lager dan de landelijke benchmark van 5,7% (1,8% tot 13,5% met een variatie van aantallen patienten per centrum in Nederland).
In de periode tussen 1 januari 2019 en 1 juni 2023 ondergingen 156 patiënten een Wertheim. Bij 11 patiënten werd een recidief vastgesteld (7%). Bij drie van de 11 patiënten was sprake van een stadium IIIC1. Zij hadden een indicatie voor een aanvullende behandeling na de Wertheim. Eén van deze patiënte weigerde de aanvullende behandeling. Van de overige 8 patiënten had één patiënte een neuro endocriene tumor. Zij werd aanvullend behandeld met chemotherapie maar ontwikkelde afstandsmetastasen tijdens de behandeling.
Van de overige 7 patiënten had één patiënte een stadium IB1, vier patiënten een stadium IB2 en twee een stadium IB3. De patiënte met stadium IB1 kreeg een SN procedure in het kader van de Sentix studie. Zij had een indicatie voor chemoradiatie i.v.m. uitgebreide LVSI. Zij werd op verzoek alleen bestraald.
Van de zes patiënten die geen indicatie hadden voor een aanvullende behandeling ontwikkelden vier patiënten afstandsmetastasen. Bij één patiënte was sprake van zowel een hilaire als een longmetastase. Zij werd met succes behandeld met chemoradiatie en is vier jaar na behandeling ziekte vrij. Bij twee patiënten was sprake van een lokale of regionale metastase. Eén patiënte bleek een ovariële metastase te hebben bij een adenocarcinoom van de cervix. Zij is vrij van ziekte 2 jaar na behandeling van het recidief. Een andere patiënte ontwikkelde een recidief op de vaginatop, zij werd behandeld met chemoradiatie en is 20 maanden na behandeling eveneens ziektevrij.
Van de 11 patiënten bij wie een recidief werd vastgesteld zijn 7 patiënten overleden. De overige vier patiënten zijn ziekte vrij.
Operatieve behandeling van het ovariumcarcinoom
Aan de volumenorm voor de operatieve ingreep wordt nog steeds ruim voldaan. Van 23 patiënten die een primaire debulking ondergingen is het percentage complete debulking in het Amsterdam UMC zeer hoog (91,3%).
De mediane wachttijd vanaf het eerste bezoek tot aan de datum van een primaire debulking bij hoog stadium ovariumcarcinoom was 29 dagen, dit is 4 dagen langer dan de Nederlandse benchmark van 25 dagen. Dit is een belangrijk punt van aandacht voor 2025. De mediane wachttijd vanaf datum eerste bezoek tot aan de datum van stadiering bij vermoeden op een laag stadium ovariumcarcinoom, is conform de benchmark in Nederland, 29 dagen. Ook de wachttijd tot het starten met chemotherapie is conform of iets onder de Nederlandse benchmark.
Een verplichte uitkomstparameter is het percentage patiënten dat een primaire debulking heeft ondergaan. Dit percentage is 34,8% en komt redelijk overeen met de Nederlandse benchmark van 35%. Waarom belang wordt gehecht aan deze parameter is omdat een primaire debulking leidt tot een betere uitkomst dan een intervaldebulking. De prognose van de patiënt met een hoog stadium ovariumcarcinoom wordt echter vooral bepaald door het eindresultaat van de debulking. In het geval van de primaire debulking is het percentage complete debulking in het Amsterdam UMC met 91,3% hoger dan de landelijke benchmark van 87,6%. Het percentage complete intervaldebulking was 88,4%, ook dit percentage is hoger dan de landelijke benchmark van 76,6%. Daarbij is het niet onbelangrijk te vermelden dat het percentage patiënten, gecorrigeerd voor casemix, waarbij binnen 30 dagen na chirurgische behandeling een complicatie optreedt met 5,1% aanzienlijk lager is dan de landelijke benchmark van 10,3%. In deze casemix zijn voor de variabelen obesitas en leeftijd boven 70 jaar gecorrigeerd. Lage sociaal economische status, leefstijl en co-morbiditeit worden buiten beschouwing gelaten.
Complicatieregistratie
Ondanks de toegenomen aandacht voor de complicatie registratie is dit nog onvoldoende op orde. Onderzoek naar de registratie van opgetreden wondinfecties na liesoperaties in verband met vulvacarcinoom toonde aan dat slechts 30% van de geconstateerde infecties ook werd geregistreerd. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor 2025. Verbetering van de registratie wordt verwacht door twee maal per week bij de grote visite aandacht te besteden aan opgetreden complicaties.
Samenwerking Flevoziekenhuis
De samenwerking met het Flevoziekenhuis werd voortgezet. Operateurs uit het Amsterdam UMC hebben samen met operateurs uit het Flevoziekenhuis op locatie Flevoziekenhuis 44 patiënten in 2024 geopereerd. Patiënten ondergingen in het Flevoziekenhuis voornamelijk een proeflaparotomie met vriescoupe of een stadiërings-ingreep.
Sinds 2022 werden 140 operaties uitgevoerd in samenwerking met het Flevoziekenhuis. Vanaf het begin van de samenwerking is besloten om in samenspraak met de patiënten de stadieringsoperaties operatie op locatie Flevoziekenhuis uit te voeren en geen debulking chirurgie op de locatie Flevoziekenhuis in te plannen. Dit is niet in lijn met de SONCOS norm waarin is bepaald dat alleen stadieringsoperaties mogen worden verricht op locaties waar ook tenminste 20 debulkingen worden verricht per jaar. Het argument voor de door ons gekozen werkwijze is dat een debulking specifieke expertise en de medewerking van een ervaren GE chirurg is vereist, wat niet nodig is voor een stadiering. De intra abdominale anatomie van patiënten die een stadiëring ondergaan is in principe niet afwijkend. Dit in tegenstelling tot de anatomie bij patiënten die een debulking ondergaan.
Acht van de 140 ingrepen waren diagnostisch van aard. Er werden 92 laparoscopische stadieringen verricht, twee keer een open stadiering en drie keer een primaire debulking.
In alle gevallen was de primaire debulking compleet. Bij één patiënte was sprake van een stadium IIB ovariumcarcinoom. Eén patiënte had een stadium IIIC1 carcinosarcoom van de uterus met zeer snelle progressie na de ingreep. Eén patiënte kreeg in opzet een laparoscopische stadiering in verband met hooggradig sereus endometriumcarcinoom. Direct na introductie werd duidelijk dat patiënte peritoneale ziekte had. Er was echter een dringende operatie indicatie in verband met hevig pijn, om die reden werd besloten een debulking te verrichten.
In totaal werden 21 patiënten verwezen naar Amsterdam UMC voor een proeflaparotomie met vriescoupe. Bij 15 patiënten (71%) was sprake van een benigne uitslag van de vriescoupe.
Van de 132 verrichte ingrepen eindigden drie in een (complete) debulking (2,2%). Dit betekent dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, redelijk betrouwbaar kan worden ingeschat welke patiënten op locatie Flevoziekenhuis kunnen worden geopereerd.
Samenwerking met de klankbordgroep van Stichting Olijf
In 2024 is de samenwerking met de klankbordgroep van Stichting Olijf voortgezet. Twee maal per jaar wordt een goed bezochte thema-avond verzorgd.
Eén van de initiatieven die voortkomt uit de samenwerking met de klankbordgroep is een pilot met een patiënt/coach als observator in de spreekkamer met het doel de arts gerichte feedback te kunnen geven over het anamnese en behandelgesprek.
Een weerkerend thema in gesprekken met patiënten is het ervaren gebrek aan nazorg. De gedachte is dat nacontrole kan worden verminderd en dat meer aandacht moet worden besteed aan nazorg. Patiënten hebben behoefte aan duidelijke adviezen zowel met betrekking tot zelfzorg als met betrekking tot waar zorg kan worden geleverd in het geval van specifieke vragen of klachten op het gebied van oncologische revalidatie, diëtetiek, oedeemtherapie, seksuologie etc.
Wetenschappelijk onderzoek Gynaecologische oncologie
Ons doel is om elke vrouw met gynaecologische kanker die behandeling te geven die het meest passend is voor haar specifieke situatie. Hierbij streven we naar de beste oncologische uitkomsten, waarbij we de toxiciteit en (late) effecten van de behandeling proberen te minimaliseren om een zo goed mogelijke kwaliteit van leven te behouden.
Onze afdeling voert onderzoek uit van ‘bench to bedside’, waarbij we een sterke verbinding proberen te leggen tussen basaal/translationeel onderzoek en de kliniek. Op translationeel vlak werken wij nauw samen met onderzoekers van de pathologie, kanker immunologie en hyperthermie (LEXOR). Voor het klinisch onderzoek werken we samen met afdelingen zoals de radiotherapie, nucleaire geneeskunde, medische oncologie, medische psychologie en public health. Op dit moment zijn er 11 promovendi die op de verschillende thema’s onderzoek doen.
Onze onderzoekslijnen zijn gericht in vier grote thema’s. Hieronder een samenvatting van wat we bereikt hebben in 2024 op deze onderzoeksthema’s.
Kanker biologie en immunologie
We voeren studies uit naar lokale immuuntherapie bij cervix; hyperthermie bij cervix en ovariumcarcinoom en ovariumcarcinoom biobank studies (Archipelago). Door het verkrijgen van een subsidie hebben we de lijn naar lokale immuuntherapie nu ook uit kunnen breiden naar het vulvacarcinoom. Voor het Archipelago project is er een nieuwe (2e) arts-onderzoeker gestart. Een studie die liet zien dat een groot percentage van de vrouwen met cervix carcinoom niet HPV gevaccineerd is, veel aandacht gekregen in landelijke media (radio, tv en krant).
Optimaliseren van kankerbehandeling
Hier vallen studies onder naar fertilteitsparende behandeling van cervix en endometriumcarcinoom, verbetering van diagnose en behandeling van cervixcarcinoom en endometriumcarcinoom, gebruik van AI bij de voorspelling van bijwerkingen en effecten van behandeling. Wij nemen deel aan grote internationale trials, zoals de LANCE trial (laparoscopisch versus laparotomische debulking bij ovariumcarcinoom) of de SENTIX (sentinel node bij cervix carcinoom). Een concreet voorbeeld van wat we hebben bereikt in 2024 is dat Ester Olthof gepromoveerd op de rol van lymfkliermetastasen in de behandeling en prognose van het cervix carcinoom. Ook hebben we in nauwe samenwerking met de pijler benigne gynaecologie een subsidie verkregen voor een nieuw project om de diagnostiek van het uterus sarcoom te verbeteren met behulp van contrast enhanced ultrasound.
Supportive care en kwaliteit van leven
We hebben een sterke focus op het verbeteren van de follow up en nazorg na gynaecologische kankerbehandeling, bijvoorbeeld naar het gebruik van PROMs.
In de ELLE (“een leven lang evalueren”) cohort studie, die sinds 2022 loopt en we o.a. de lange termijn kwaliteit van leven van patiënten evalueren, hebben we in 2024 de 3000e patiënt geïncludeerd. In 2024 is – met behulp van een subsidie – het pilot project gestart waarin we vrouwen in follow up na ovariumcarcinoom behandeling op afstand thuis monitoren met PROMs en thuismetingen in plaats van fysieke contacten.
Samen beslissen en arts-patiënt communicatie rondom behandelbeslissingen
In 2024 hebben we met behulp van een subsidie het project ‘patient experts coachen oncologen’ gestart. Dit is een innovatief project in nauwe samenwerking met patiëntorganisatie Olijf, waarin vrijwilligers van Olijf gynaecologisch en internist-oncologen coachen op het vlak van samen beslissen. Ook is er een nieuwe onderzoeker in 2024 gestart die zich binnen dit thema specifiek richt op sociaal kwetsbare vrouwen, een groep die we in Amsterdam UMC veelvuldig zien.
Verpleegafdeling 3B Gynaecologische oncologie
Het jaar 2024 stond in het teken van wennen aan de nieuwe situatie. De lateralisatie was achter de rug. Het inrichten van de afdeling was een belangrijk item. Er waren een aantal veranderingen op locatie VUMC waar de medewerkers op moesten anticiperen zoals: het pijnbeleid, het dienstrooster, het bestellen van goederen, het werken met vaste voedingsassistentes en de levering van medicatie. Tevens zijn er ook veel gesprekken geweest over de verplaatsing van de dagbehandeling chemotherapie op de afdeling naar de dagbehandeling unit van de medische oncologie op de polikliniek.
Medewerkers
In 2024 hebben wij twee verpleegkundigen mogen opleiden tot oncologie verpleegkundigen en twee verpleegkundigen hebben de EPA LZ-FO-6 ‘acute zorg’ met goed resultaat afgerond.
In de zomer is een collega met pensioen gegaan en een collega is doorgestroomd naar een andere werkgever.
De nieuwe senioren functies hebben wij kunnen invullen met twee verpleegkundigen van onze afdeling. Dit betreft de functie ‘innovatie’ en de functie ‘digitalisering’. Hieruit zijn nieuwe werkgroepen voortgevloeid met een mooi resultaat.
Eind 2024 is er gestart met de laagst scorende standaard PEM vragen waaronder ‘betrokkenheid familie bij ontslag’.
Het lean systeem hebben we na het inrichten van de afdeling weer strak opgepakt. De structuur is aangescherpt wat betreft de frequentie van de stand-up momenten en de onderwerpen.
Als afdeling hebben wij meegedaan aan de pilot self-assessment, bevoegdheid op bekwaamheden, en deze kunnen implementeren tot op heden.
De eerste groep studenten die wij mochten ontvangen in het VUmc hebben hun stage goed doorlopen en zijn goed opgevangen door het team, ondanks het feit dat de verpleegkunde opleiding initieel is veranderd qua aansturing.
De aansluiting met de oncologie opleiding is ook goed verlopen. We hebben meer stageplekken kunnen realiseren en een fijne samenwerking kunnen realiseren wat betreft uitwisseling per afdeling.
Als afdeling zijnde hebben wij intervisie geïnitieerd voor medewerkers met een frequentie van 2x per maand. Dit is goed ontvangen door het team en het team heeft hier veel baat bij.
Voor het hele team zijn er scholingsdagen opgezet door wisselende disciplines.
Polikliniek Gynaecologische oncologie
In februari 2024 is de polikliniek van locatie AMC overgegaan naar locatie VUMC. De verbouwing van de H afdeling was nog niet klaar waardoor er tijdelijk een polikliniek ruimte werd ingericht in de kliniek op afdeling 4C. De inrichting van de polikliniek verliep niet geheel soepel maar uiteindelijk kon de polikliniek starten.
PEM
De Patiënten Enquête Monitor geeft de afdeling inzicht op welke gebieden de zorg goed gaat en waarop verbeterd kan worden. Totaal 221 patiënten hebben deze enquête ingevuld en de afdeling een 8,6 gegeven. Ter vergelijking; in 2023 was het een 8,4. ‘Kennis dossier arts’ heeft het beste gescoord en ‘tijd op de wachtlijst’ het minst.