BENIGNE GYNAECOLOGIE

Voorwoord

De benigne gynaecologie richt zich op vrouwspecifieke aandoeningen. Dit zijn goedaardige aandoeningen die uitsluitend bij vrouwen voorkomen, omdat ze gerelateerd zijn aan vrouwelijke geslachtsorganen of geslachtshormonen. Voorbeelden hiervan zijn baarmoederafwijkingen, endometriose, verzakkingen, vulvaire klachten en hormonale aandoeningen. Deze aandoeningen hebben een aanzienlijke impact op de kwaliteit van leven, seksueel functioneren en vaak ook op de mogelijkheid om zwanger te worden. Ondanks dat er weinig over deze aandoeningen wordt gesproken, blijkt uit cijfers dat de klachten vaak zo ernstig zijn dat vrouwen zich regelmatig ziek moeten melden van school of werk. Omdat deze aandoeningen zich meestal voordoen vanaf de eerste menstruatie tot na de menopauze, hebben ze ook een grote maatschappelijke impact. Gedurende deze levensfase maken vrouwen belangrijke keuzes op het gebied van opleiding en carrière, en zijn ze actief op de arbeidsmarkt. Het ziekteverzuim dat hiermee gepaard gaat, kost Nederland jaarlijks miljarden euro’s en draagt bij aan het tekort op de arbeidsmarkt, vooral in sectoren waar vrouwen oververtegenwoordigd zijn, zoals de zorg en het onderwijs.

Vrouwspecifieke aandoeningen versterken bestaande gezondheidsverschillen tussen mannen en vrouwen. Vrouwen leven meer jaren in slechte gezondheid. De tijd tot een juiste diagnose van deze aandoeningen bedraagt gemiddeld 7 tot 8 jaar, waarbij vrouwen gemiddeld 5 tot 6 zorgverleners bezoeken voordat een behandeling wordt gestart. Gerichte behandelingen ontbreken vaak door een gebrek aan kennis, waardoor aandoeningen niet worden herkend of erkend.

Onze missie is om oplossingen te bieden voor deze problemen. We willen de tijd tot diagnose verkorten door snellere herkenning en erkenning van deze problemen, kennis op nationaal en internationaal niveau vergroten, bevlogen professionals opleiden en behandelingen optimaliseren. Op deze manier streven we ernaar de kwaliteit van leven wereldwijd te verbeteren en gezondheidsverschillen te verkleinen.

Onze medische focus ligt op gespecialiseerde zorg voor complexe aandoeningen. We fungeren als een expertise- en verwijzingscentrum, zowel nationaal als internationaal waarbij we ons richten op enkele speerpunten. Onze patiëntenzorg, onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en innovatie zijn volledig gericht op deze speerpunten. We betrekken patiënten actief bij al deze onderdelen. Dit is essentieel om onze zorg voortdurend te verbeteren en innovaties te ontwikkelen en te evalueren, zodat deze aansluiten bij de behoeften van vrouwen en de maatschappij.

Historisch Perspectief, Ontwikkelingen en Passende (netwerk) zorg

Het Amsterdam UMC is ontstaan uit een fusie tussen het VUmc en het AMC. Sinds 2020 hebben diverse lateralisaties van zorg plaatsgevonden binnen de gynaecologie en verloskunde, met gevolgen voor de gehele gynaecologische zorg. Alle patiënten met complexe benigne gynaecologische aandoeningen worden uitsluitend behandeld en opgenomen op locatie AMC. Uitzonderingen hierop zijn de transgenderzorg, die op locatie VUmc blijft vanwege de expertise en inbedding in het kenniscentrum voor genderzorg, en de operatieve endometriosezorg, die eveneens op locatie VUmc blijft vanwege de complexe multidisciplinaire ingrepen.

In 2023 verhuisde de gynaecologische oncologie van locatie AMC naar VUmc. Dit resulteerde in een splitsing van de gynaecologische zorg op locatie AMC, waarbij de klinische afdeling van de benigne gynaecologie werd samengevoegd met de interne afdeling.

We hebben een intensieve samenwerking met Bergman Vrouwenzorg voor relatief laagcomplexe zorg. Deze verwijzen we naar Bergman Vrouwenzorg voor deze zorg, continuïteit van zorg wordt geborgd doordat er gynaecologen zijn die zowel op locatie Bergman Vrouwenzorg als in Amsterdam UMC werken. Vrouwen die wel derdelijnszorg nodig hebben in voor en na-traject, maar geen complexe derdelijns infrastructuur voor een relatief kleine ingreep die in dagbehandeling wordt uitgevoerd, opereren wij zelf in Boerhaave-kliniek. Daarnaast voeren we 2,5e-lijns operatieve ingrepen uit in het Flevoziekenhuis samen met een gynaecoloog vanuit het Flevoziekenhuis en vanuit het Amsterdam UMC om de continuïteit en expertise te borgen. Voor genderzorg werken we nauw samen met Gender Clinics en voeren we sinds december 2022 zelf operaties uit in Medical Park (Bilthoven). Triage bepaalt welke patiënt het beste op welke locatie kan worden geholpen, zowel voor als na verwijzing.

Historisch gezien was de complexe endometriosezorg onderdeel van de afdeling Voortplantingsgeneeskunde in het VUmc. Echter, vanwege de aanzienlijke overlap met de benigne gynaecologie op het gebied van complexe chirurgie, innovatieve beeldvorming, zorginnovatie en wetenschappelijk onderzoek, is de endometriosezorg eind 2022 ondergebracht bij de afdeling Gynaecologie. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor innovatie, onderwijs, opleiding en netwerkvorming. In 2024 hebben we het “Endometriose Centrum Groot Amsterdam” opgericht, waarbij we intensief samenwerken met het Flevoziekenhuis. Op locatie aldaar voeren we gezamenlijk 2,5e-lijnsoperaties uit en organiseren we multidisciplinaire overleggen (MDO’s) en onderwijs.

Overzicht van de ontwikkelingen en samenwerkingen om in Amsterdam UMC te kunnen richten op hoog complexe zorg
Overzicht van de ontwikkelingen en samenwerkingen om in Amsterdam UMC te kunnen richten op hoog complexe zorg

Hoogcomplexe derdelijns zorg uitgevoerd binnen speerpunten

De zorg in Amsterdam UMC richt zich op derdelijnszorg, enkele speerpunten zijn: complexe uteriene afwijkingen (myomen, niches, adenomyose, congenitale afwijkingen, abdominale cerclages), endometriose, kindergynaecologie, complexe urogynaecologische zorg (complicaties, MESH gerelateerde problematiek), complexe vulvaire problematiek, inclusief clitorale reconstructie na genitale verminking en complexe gynaecologische genderzorg. Voor veel zorg en complexe ingrepen zijn we het last resort centrum in Nederland en krijgen veel tertiare en quartenaire verwijzingen maar ook zijn er diverse ingrepen waarin we uniek zijn. Deze zorg is ingebed in Expertise centra.

Expertise centra

  • Uterine repair center
  • Endometriose centrum
  • Neuropelveology center
  • Centrum voor Kindergynaecologie
  • Centrum voor complexe vulvaire aandoeningen en VGV zorg
  • Centrum voor complexe Urogynaecologie
  • Centrum voor gender dysforie

Samenwerkende specialisten en zorgverleners binnen de expertise centra

GE-chirurgen, radiologen, interventieradiologen, dermatologen, urologen, plastisch chirurgen, anesthesiologen, pijnspecialisten, neurologen, vasculair geneeskundigen, internisten, endocrinologen, AVG-artsen, kinderartsen, kinderchirurgen, revalidatieartsen, bekkenbodemfysiotherapeut, seksuologen, psychologen, psychiaters, hypnotherapeut. Maar ook met alle gespecialiseerde gynaecologen binnen andere pijlers en met laboratoria. Hieronder ziet u een aantal van de samenwerkingen weergegeven, dit is een illustratie en verre van compleet.

Illustratie samenwerkingen

Patiëntgebonden Ontwikkelingen

We hebben speciale multidisciplinaire spreekuren en multidisciplinaire overleggen opgezet voor complexe aandoeningen. Innovaties in diagnostiek en behandelingen worden geëvalueerd en geïmplementeerd, met aandacht voor lange termijnuitkomsten.

De speerpunten waar we ons op richten vanuit de gynaecologie

  • Endometriose zorg en Uteriene afwijkingen (myomen, adenomyose, niches, congenitale afwijkingen, abdominale cerclages en non-tubaire EUGs) en endometriose zorg
  • Kindergynaecologie: complexe vulvapathologie inclusief clitorale reconstructie bij vrouwen met genitale verminking, congenitale afwijkingen, Turner, kinderen en adolescenten met gynaecologische pathologie
  • Complexe urogynaecologie, in het bijzonder problemen na eerdere complicaties of MESH gerelateerde problematiek
  • Complexe gynaecologische transgenderzorg
  • Complexe seksuologie

Naast onze speerpunten zien we in Amsterdam UMC ook patiënten buiten onze speerpunten (16,9%) waarvoor zorg in de 3e lijn nodig is vanwege vereiste operatieve vaardigheden, of vanwege complexe co-morbiditeit (8.3%) of acute patiëntenzorg (8.6%). Alle speerpunten zijn gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek en omgekeerd, er zijn daarnaast nog 2 promovendi op overkoepelende thema’s zoals duurzaamheid en 4 op seksuologie.

Taartdiagram

De duidelijke focus op derdelijns zorg binnen onze speerpunten wordt duidelijk uit onze analyse waaruit blijkt dat vrijwel 100% van onze patiënten die een electieve ingreep ondergaan voldoen aan minimaal 1 robijncriterium, met een gemiddelde van 3 per patiënt.

Staafdiagram

Kwantitatieve gegevens per speerpunt

Het totale aantal zorgproducten is fors gestegen t.o.v. 2019, als voorbeeld de uteriene afwijkingen en endometriose waren toen samen 6000 zorgproducten en de poliklinische genderzorg was toen de helft van wat het nu is. En het aantal zorgproducten is door efficiëntere inzet nog verder gestegen in 2024 ten opzichte van 2023, van 18.218 naar 19.027 in 2024. De grootste stijging is te zien op de verschillende speerpunten. Zo was de kindergynaecologie in 2019 beperkt en werd er nog geen zorg geleverd voor neuropelveology en zorg voor vrouwen na genitale verminking (VGV). De zorg voor aandoeningen die niet tot speerpunten behoren, zoals fluorklachten, cervixpathologie, anticonceptie, climacteriele problematiek, ovariumpathologie worden sinds 2011 verwezen naar Bergman Clinics. Binnen de speerpunten is de grootste stijging te zien met betrekking tot uteriene afwijkingen (adenomyose, niches, congenitale afwijkingen) en endometriose.

Aantal zorgactivteiten-consulten

Ondanks de toegenomen zorguitplaatsing en efficiëntere benutting van de OK invulling, lopen de wachttijden voor de OK op van gemiddeld 4 maanden naar 6 maanden, door minder capaciteit en toegenomen sluitingspercentage als gevolg van personele krapte. Totaal aantal uren klinische OK betrof in 2024: 2434 (AMC) en 249 (VUMC) en 277 (gender); dagcentrum 482. Dit is exclusief de operaties die in Boerhaave, Gender Clinic en Flevo Ziekenhuis worden uitgevoerd.

Definitief aantal uitgegeven uren per maand

Onze Medewerkers, Aansturing en Interprofessioneel Samenwerken

Sinds 2019 is Judith Huirne pijlerhoofd van de gehele pijler van zowel AMC als VUMC. Zij wordt ondersteund door een waarnemend hoofd Freek Groenman en twee medisch werkplekmanagers: Anne Timmermans voor de polikliniek en Rachel Tros voor de kliniek. De aansturing gebeurt in nauwe samenwerking met verpleegkundige werkplekmanagers. Er is een maandelijks pijleroverleg, waarbij subhoofden, werkplekmanagers en verantwoordelijke medewerkers vanuit HR en financiën aanwezig zijn.

Alle expertise centra worden aangestuurd door eigen hoofd of coördinator. Endometriose centrum door Velja Mijatovic en Robert de Leeuw, Uterine Repair Center door Freek Groenman, Complexe Urogynaecologie door Jan-Paul Roovers, Centrum voor kindergynaecologie en VGV door Emmy van den Boogaard, Centrum voor complexe gynaecologische genderzorg door Norah van Mello, Centrum voor seksuologie door Stephanie Both, Neuropelveology Center door Robert de Leeuw. De totale staf voor de gynaecologie bestaat uit 4 hoogleraren, 17 gynaecologen en 3 fellows. Velen zijn in deeltijd werkzaam in het Amsterdam UMC enkelen zelfs maar voor 0.2 FTE omdat ze voornamelijk in Bergman Clinics werkzaam zijn of deels gedetacheerd zijn waardoor het totale aantal fte voor de gynaecologie in Amsterdam UMC slechts 11.28 FTE-stafleden bedraagt, inclusief de 3 fellows.

De verschillende promotoren begeleiden promovendi, waarbij co-promotoren de eerste directe begeleiding op zich nemen. Samen met een postdoc begeleiden we daarnaast nog vele studenten. In 2024 startten we een pilot om de begeleiding van promovendi te optimaliseren door betere (deels digitale) ondersteuning.

Om samenwerking tussen disciplines te bevorderen, zijn er maandelijkse managementbesprekingen. Daarnaast organiseren we strategiemiddagen met alle medewerkers van de poli en kliniek, waarin we werkprocessen en samenwerking evalueren. Ook is er jaarlijks een researchmiddag met aandacht voor overstijgende thema’s zoals social media, vitaliteit, administratielast en speak-up.
Deze strategiemiddagen zijn we 3 jaar geleden gestart en we merken dat de interactie in de loop der jaren sterk is toegenomen. De organisatie van deze middagen is ook interdisciplinair van opzet.

Interdisciplinaire strategiemiddag: met afgevaardigden van gynaecologen, verpleegkundigen, 
administratieve medewerkers, doktersassistenten, ANIOS, PA, AIOS en onderzoekers
Interdisciplinaire strategiemiddag: met afgevaardigden van gynaecologen, verpleegkundigen, administratieve medewerkers, doktersassistenten, ANIOS, PA, AIOS en onderzoekers

Onderwijs en Opleiding

De pijler Benigne Gynaecologie speelt een centrale rol in het opleiden van toekomstige gynaecologen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals. Onze opleidingsactiviteiten zijn gericht op zowel basis- als vervolgopleidingen, met een sterke nadruk op praktijkgerichte training en persoonlijke ontwikkeling.

Opleiding van AIOS en ANIOS
Vanuit de benigne gynaecologie verzorgen we de opleiding van 32 AIOS (artsen in opleiding tot specialist) en 6 ANIOS (artsen niet in opleiding tot specialist). Gemiddeld hebben we fysiek 3 ANIOS benigne, 2 ANIOS gender, 5 AIOS en 1 differentiant AIOS op de werkvloer. De gynaecologie-stage duurt 4 maanden, de urogynaecologie-stage 2 maanden. Daarnaast bieden we een differentiatiestage van ten minste 6 maanden, vaak verlengd tot 12 maanden, voor zowel de gynaecologie als de urogynaecologie. Er zijn ook gecombineerde differentiatiestages voor kindergynaecologie, complexe vulvazorg, seksuologie en soms genderzorg. Voorafgaand aan de stage vindt een startgesprek plaats tussen de AIOS en de stagebegeleider. Hierin worden de leerdoelen expliciet gemaakt en wordt besproken hoe de LOGO-thema’s (Landelijk Opleidingsplan Gynaecologie en Obstetrie) tijdens de stages kunnen worden ingevuld. Tijdens de stages bieden we zorgspecifieke supervisie, zoals bij spreekuren voor myoomzorg, adenomyose, niches en endometriose. Hierbij is per nieuwe patiënt 30 minuten een staflid aanwezig voor hands-on supervisie, met veel aandacht voor complexe echografievaardigheden en counseling over behandelopties. Daarnaast dragen we ook bij aan opleiding van verpleegkundigen, physician assistants, huisartsen en seksuologen.

Fellows en Specialisaties
We bieden een vooraanstaand fellowship-programma aan in de benigne gynaecologie, en urogynaecologie. In 2024 hadden we 3 fellows. Voor urogynaecologie werken we nauw samen met Bergman Clinics Vrouwenzorg om hoogwaardige training te bieden. Het fellowship-programma voor benigne gynaecologie is flexibel en modulair opgebouwd, zodat fellows hun traject kunnen aanpassen aan hun specifieke interesses. Dit kan variëren van verdieping in complexe operatieve zorg tot conservatieve poliklinische zorg, zoals kindergynaecologie en seksuologie. Een belangrijk onderdeel van het programma is training in geavanceerde echografie voor het detecteren van uteriene afwijkingen, non-tubaire EUGs, endometriose en pelviene afwijkingen.

Multidisciplinaire Samenwerking en Innovatie
Onze pijler vervult een belangrijke rol in discipline-overstijgend vaardigheidsonderwijs, in samenwerking met de chirurgie en urologie. We hebben een vooraanstaande rol bij de implementatie van het nieuwe Landelijk Opleidingsplan Gynaecologie en Obstetrie en zijn mede-initiatiefnemers van een fellowship benigne gynaecologie. Daarnaast hebben we een eigen online leerplatform ontwikkeld ter ondersteuning van publicaties, e-learnings en cursussen, zoals de menopauzecursus en de echoscopische evaluatie van niches en niche-zwangerschappen.

Onderwijsactiviteiten in 2024
In 2024 hebben we een breed scala aan onderwijsactiviteiten verzorgd, waaronder:

  • Onderwijs voor AIOS Verloskunde & Gynaecologie binnen het cluster AMC-VUmc.
  • Minor-onderwijs voor bachelorstudenten.
  • Nascholing voor verpleegkundigen.
  • Internationale cursussen, zoals de GETUP Rome Europese laparoscopie cursus.
  • Basiscursussen laparoscopie en hysteroscopie voor AIOS.
  • Landelijke cursussen, zoals de cursus benigne gynaecologische echografie en de adeno-endometriose summer course.
  • Praktische cursussen, zoals de Female Urology & Urogynaecology cursus.

Daarnaast hebben we diverse e-learnings ontwikkeld, waaronder modules over gynaecologische echografie, menopauzezorg voor de eerste lijn en endometriose voor huisartsen. Deze e-learnings zijn breed toegankelijk en ondersteunen zowel zorgverleners als patiënten.

Toekomstvisie onderwijs
Onze pijler blijft zich inzetten voor het bieden van hoogwaardig onderwijs en opleiding, met een sterke focus op innovatie en multidisciplinaire samenwerking. Door onze opleidingsprogramma’s voortdurend te evalueren en aan te passen, streven we ernaar om de volgende generatie zorgprofessionals optimaal voor te bereiden op de complexe uitdagingen. Kennis over vrouwengezondheid, in het bijzonder vrouwspecifieke aandoeningen, is zeer onvoldoende, wat ook blijkt uit het NVOG-rapport. Wij zijn van mening dat deze kennis verbeterd moet worden, niet alleen in de opleidingen van artsen en verpleegkundigen maar ook zelfs al op basisscholen. We zien het als onze taak om ook hier aan bij te dragen en dit te optimaliseren. Om de kwaliteit van het onderwijs te borgen hebben velen van ons het BKO gehaald en hebben we een gynaecoloog met een SKO-certificaat. Anne Timmermans heeft in haar functie als principal educator (PE) een actieve rol in het verankeren van de duurzaamheid en de gynaecologie in het onderwijs curriculum.

Wetenschappelijke Activiteiten

De focus van onze wetenschappelijke activiteiten sluit nauw aan bij de speerpunten van onze zorg. Binnen de bovengenoemde speerpunten en kennis- en expertisecentra voeren we translationeel, preklinisch en klinisch evaluatie- en implementatieonderzoek uit. Hierbij ligt de nadruk op innovatieve diagnostiek en behandelingen, waarbij we het essentieel vinden om deze ontwikkelingen grondig te evalueren voordat ze worden geïmplementeerd in de dagelijkse praktijk. Bij deze evaluaties kijken we ook naar langetermijnuitkomsten, inclusief de impact op toekomstige fertiliteit. Er zijn een aantal centrale thema’s die door alle speerpunten heen lopen, te weten beeldvorming & AI, tissue engeneering, translationele etiologische studies, e-health/value based health care en duurzaamheid. Hieronder zijn ter illustratie een aantal van deze thema’s uitgewerkt voor het uterine repair center, deels voor het endometriose centrum en voor de kindergynaecologie.

Illustratie aantal thema voor het uterine repair center

In de afgelopen vijf jaar hebben we diverse subsidies verworven voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek, dit betreft met name ZonMW en NWO, maar ook Europese gelden. Dit heeft ons in staat gesteld om binnen de gehele afdeling benigne gynaecologie, inclusief de urogynaecologie en seksuologie, wetenschappelijk onderzoek uit te voeren met een team van 49 promovendi.

Team 49 promovendi

Het onderzoek is sterk verweven met onze speerpunten in de complexe zorg en wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met verschillende nationale en internationale partners. Zo werken we samen met het Fetal-Uterine Imaging Center, het angiogenese laboratorium en het laboratorium voor voortplantingsgeneeskunde van het Amsterdam UMC, de Technische Universiteit Eindhoven en diverse internationale expertisecentra.

Internationale-samenwerking

Onze afdeling neemt actief deel aan consortiumstudies en is vertegenwoordigd in besturen van diverse internationale organisaties. Dit versterkt onze positie als toonaangevend centrum voor onderzoek en innovatie binnen de benigne gynaecologie. In 2024 hebben we belangrijke bijdragen geleverd aan internationale richtlijnen en wetenschappelijke publicaties. Onze stafleden hebben keynote-lezingen gegeven op internationale congressen en zijn betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe richtlijnen en keuzehulpen, zoals de ESGE-richtlijn voor myoombehandeling en de richtlijnen voor laparoscopische hysterectomie. Ook kregen we diverse prijzen voor beste abstracts, beste orals, beste proefschrift etc.

Valorisatie

Naast het uitvoeren van onderzoek hechten we veel waarde aan de valorisatie van onze onderzoeksresultaten. Dit betekent dat we actief bijdragen aan de verspreiding en implementatie van nieuwe kennis in de dagelijkse praktijk. Voorbeelden hiervan zijn onze betrokkenheid bij de ontwikkeling van uniforme patiënten-informatie in meerdere talen, keuzehulpen voor myomen en consultkaarten voor hevig menstrueel bloedverlies. Daarnaast hebben we ons gericht op het vergroten van maatschappelijke awareness rondom vrouwspecifieke aandoeningen. Dit doen we onder andere via podcasts, bijdragen aan nieuwsplatforms zoals NU.nl en NRC, en samenwerkingen met patiëntenorganisaties. Om de tijd tot diagnose te verkorten ontwikkelden we diverse mhealth applicaties zoals de menstruatie app en startten we met subsidie van ZonMw het adolescenten netwerk.

Afbeelding 2 mobieltjes

Ondanks deze inspanningen blijft de tijd tot een juiste diagnose voor gynaecologische klachten gemiddeld 7 tot 8 jaar. Dit wordt deels veroorzaakt doordat vrouwen niet altijd weten wat normaal is en deels door het taboe dat nog steeds op dit onderwerp rust. Om deze uitdagingen aan te pakken, hebben we in samenwerking met ZonMw en het ministerie van VWS een project opgezet om de maatschappelijke impact van vrouwspecifieke aandoeningen en de belangrijkste kennishiaten in kaart te brengen. Dit project heeft geleid tot extra financiering voor onderzoek en de ontwikkeling van een nationale strategie voor vrouwengezondheid. Onze afdeling blijft zich inzetten voor wetenschappelijke vooruitgang en maatschappelijke impact. Door onze sterke focus op innovatie, samenwerking en valorisatie streven we ernaar om de zorg voor vrouwen wereldwijd te verbeteren en de gezondheidsverschillen te verkleinen. In december 2024 werden diverse agenda’s opgeleverd om dit te bereiken, te weten een kennisagenda, een implementatie agenda en awareness agenda en werd ook een start gemaakt met de alliantie vrouwspecifieke aandoeningen. Judith Huirne ontving voor haar inspanningen in 2024 de social impact award.

Duurzaamheid

Bij de afdeling Benigne Gynaecologie van Amsterdam UMC zetten we ons actief in voor duurzaamheid, zowel in onze zorgpraktijk als in wetenschappelijk onderzoek als in het onderwijs. We streven ernaar om milieuvriendelijker te werken door het gebruik van duurzame materialen, energie-efficiëntie en afvalreductie. Daarnaast doen we wetenschappelijk onderzoek naar innovaties en strategieën die bijdragen aan duurzamere zorgprocessen. Door deze combinatie van praktijk en onderzoek willen we niet alleen de zorg voor onze patiënten verbeteren, maar ook bijdragen aan een toekomstbestendige en verantwoorde gezondheidszorg.  Zie ook deel gezondheid voor toekomstige generaties.

Datagedreven Werken

Bij de afdeling Benigne Gynaecologie van het Amsterdam UMC maken we volop gebruik van data om de kwaliteit van zorg te verbeteren en efficiënter te werken. Door het integreren van datagestuurde inzichten in onze zorgprocessen, kunnen we meer gepersonaliseerde behandelingen bieden en onze zorg continu optimaliseren. Daarnaast maken we gebruik van PREM (Patient Reported Experience Measures) en PROM (Patient Reported Outcome Measures) om patiënttevredenheid en behandeluitkomsten te monitoren. Deze gegevens worden verwerkt in dashboards, waarmee we onze zorgprocessen kunnen analyseren en verbeteren. Dit stelt ons in staat om niet alleen de effectiviteit van behandelingen te evalueren, maar ook om waardevolle inzichten te verkrijgen voor de implementatie van gepersonaliseerde zorg en value-based healthcare.

Innovatie speelt een centrale rol in ons datagedreven werken. We onderzoeken actief de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie (AI) om diagnostiek en behandelingen verder te verfijnen. Door AI te integreren in onze zorgprocessen, streven we ernaar om sneller en nauwkeuriger diagnoses te stellen en behandelingen beter af te stemmen op de individuele behoeften van patiënten.
Onze afdeling blijft zich inzetten voor het benutten van data als een krachtig instrument om de zorg te verbeteren. Door een combinatie van wetenschappelijke inzichten, technologische innovaties en patiëntgerichte benaderingen, streven we naar een toekomst waarin zorg effectiever, efficiënter en meer gepersonaliseerd is.

Een voorbeeld hiervan is de eHealth-interventie IKHERSTEL, die in samenwerking met de afdeling Sociale Geneeskunde al in 2009 werd ontwikkeld. Deze interventie, gericht op het bevorderen van herstel na operaties, heeft haar effectiviteit bewezen in vijf gerandomiseerde klinische studies (RCT’s). De toepassing van IKHERSTEL is inmiddels uitgebreid naar andere specialismen, zoals heelkunde en orthopedie. In 2024 hebben we specifieke adviezen voor keizersnedes en bevallingen gecompleteerd en zijn we ook gestart met het ontwikkelen van adviezen voor de cardiologie in nauwe samenwerking met de afdeling sociale geneeskunde en Cardiologie. Met ondersteuning van de werkgroep datagedreven werken hebben we als doel om IKHERSTEL met Follow-me programma te combineren, zodat we dan zowel de gegevens van de thuismonitoring met mHealth als ook de gegevens die op een gestructureerde wijze in Epic worden verzameld kunnen samenvoegen. Indien dit lukt, kunnen we uiteindelijk prognostische modellen ontwikkelen voor diverse aandoeningen en uitkomsten van behandelingen.

Inclusiviteit en aandacht voor de gezondheid van toekomstige generaties

Naast ons onderzoek naar complexe klinische zorg binnen de speerpunten van vrouwspecifieke aandoeningen, voelen wij een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid. We streven ernaar om de gezondheid van vrouwen te verbeteren en inclusiviteit te waarborgen in de breedste zin van het woord. Dit betekent dat we niet alleen aandacht hebben voor vrouwengezondheid, maar ook zorg willen bieden aan transgender en non-binaire personen die gynaecologische zorg nodig hebben. Tegelijkertijd richten we ons op het vergroten van de toegankelijkheid voor vrouwen die minder geneigd zijn om hulp te zoeken of hier meer moeite mee hebben.

Het verlagen van drempels voor iedereen die gynaecologische zorg nodig heeft, is essentieel om de tijd tot een juiste diagnose te verkorten. Dit helpt onnodige progressie van aandoeningen, onnodig leed en gerelateerd ziekteverzuim te voorkomen. Daarom besteden we veel aandacht aan het vergroten van bewustwording en het in kaart brengen van de maatschappelijke impact van vrouwspecifieke aandoeningen. Dit doen we in nauwe samenwerking met de NVOG, betrokken patiëntenorganisaties en de Patiëntenfederatie.

Gezien de beperkte middelen en het toenemende tekort aan zorgverleners, is het van groot belang om bij elke vorm van zorg na te gaan of deze doelmatig is, wat de impact is op onze resources en of deze duurzaam is. Alleen op deze manier kunnen we ook in de toekomst optimale zorg blijven bieden aan degenen die dit het meest nodig hebben. Vanuit dit perspectief hebben we, in samenwerking met het Centrum voor Duurzame Zorg van het Amsterdam UMC, een aparte onderzoekslijn opgezet die zich richt op doelmatige en duurzame zorg binnen de gynaecologie. In dit kader is Wouter Hehenkamp benoemd tot hoogleraar Doelmatige en Duurzame Zorg aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft van de raad van bestuur de opdracht gekregen om duurzaamheid te integreren in lopend wetenschappelijk onderzoek. Wouter Hehenkamp hield in 2024 zijn oratie: “Individu versus collectief” Samen met het Centrum voor Duurzame Zorg zal hij een position paper en een routekaart ontwikkelen, die bijdragen aan een visie op duurzaamheid en praktische handvatten bieden om duurzaamheid in onderzoek te implementeren. Deze documenten worden in 2025 verwacht.

De afdeling Gynaecologie is vastbesloten om, waar mogelijk, onderzoek op een duurzame manier uit te voeren. Daarnaast streven we ernaar om doelmatigheidsstudies parallel te laten lopen met andere onderzoeksactiviteiten, zodat we niet alleen bijdragen aan wetenschappelijke vooruitgang, maar ook aan een toekomstbestendige en verantwoorde gezondheidszorg.
Voor een inclusieve samenstelling van de staf is het belangrijk om al te beginnen met een inclusieve selectieprocedure bij begeleiding van studenten en aanname van nieuwe onderzoekers, ANIOS en AIOS. We besteden hier speciale aandacht aan. En dan hebben we het niet alleen over man-vrouw of verschillen in seksuele geaardheid, maar ook over verschillende personen met verschillende culturele achtergronden.

Kwalitatieve gegevens geregistreerd door patiënten

  • PREM en PROMIS gegevens worden geregistreerd en periodiek geëvalueerd, zie ook datagedreven werken. De uptake van PROMIS data kan nog verder worden geoptimaliseerd, zie ook deel datagedreven werken.
  • Patiënten kunnen voor klachten terecht bij de klachtenfunctionarissen die patiënten ook steun biedt en bemiddelt. Er is ook een onafhankelijke klachtencommissie. In 2024 zijn er voor de benigne gynaecologie drie meldingen geweest bij de klachtenfunctionaris, die allen met bemiddelingsgesprekken zijn afgehandeld. Er is geen bemiddeling of onderzoek van de klachtencommissie nodig geweest
  • Er is actieve melding gedaan bij de medische directie en IGJ van een onverwacht uitkomst van een patiënt die bij ons onder behandeling was. Het onderzoek naar deze uitkomst liet geen verbeterpunten zien ten aanzien van de geleverde zorg.
  • Patientervaringsmonitor (PEM)
    Iedere patiënt die opgenomen is op afdeling G6Noord, krijgt het verzoek tot het invullen van de PEM. Deze wordt per kwartaal in het WPM-kliniek overleg besproken door deze samen te vatten en de belangrijkste thema’s eruit te halen. Deze thema’s worden meegenomen in de stand-up en team overleggen zowel met de verpleegkundigen, als de zaalartsen en de staf. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de ingevulde cijfers, maar worden met name ook de open antwoorden meegenomen voor complimenten naar het team alsmede de verbeterpunten, zoals nodige zorg bij vertrek.
    Ook deze PEM betreft een gemiddelde van zowel de gynaecologische als de internistische patiënten.

Overzicht gemiddelde PEM 2024

Overzicht gemiddelde PEM 2024

Kwalitatieve gegevens geregistreerd door zorgverleners

  • Implantaten worden allen geregistreerd in zowel het elektronische patiëntendossier als in het implantatenregister. Er bestaan voor de benigne gynaecologie helaas geen landelijk complicatiesregister of andere kwaliteitsregistraties.
  • Het wel of niet optreden van een complicatie wordt bij elke operatieve ingreep actief ingevuld. Zie voor het aantal complicaties de tabel hieronder. In totaal werden 1231 verrichtingen uitgevoerd, hierbij werden 58 complicaties geregistreerd, dit is een percentage van 4.7%. Het aantal complicaties waarvoor een heropname of extra interventie nodig was, is 13 (1,1%). Er waren geen reactieve conversies en slechts 1 strategische conversie van laparoscopie naar laparotomie nodig.

Complicaties bij operatieve ingrepen 2024

Overzicht complicaties ingedeeld naar Calvien Dindo Classificatie
  • Opvolging van kwaliteitsvisitatie op basis van het oordeel met de aanbevelingen, zwaarwegende adviezen en eventuele voorwaarden (was in 2024 geen).
  • Opvolgen van adviezen en aanbevelingen door andere (interne) audits.
  • VIM-meldingen klinische afdeling: combinatie van gynaecologische en internistische patiënten.
    Senior verpleegkundige L. Penders-Holtrop is het eerste aanspreekpunt voor kwaliteit en veiligheid van de afdeling G6Noord. Ongeveer 3x/jaar neemt zij het WPM mee in de VIM meldingen en de actiepunten die daaruit voortvloeien. De acties die in 2024 zijn gedaan n.a.v. de VIM zijn o.a.:

    • Maandelijks journaal met alle geanalyseerde meldingen die per mail verzonden aan het team en is ook fysiek in te zien op papier in de koffiekamer.
    • Meldingen met gevolgen voor de patiënt of meldingen die verband houden met persoonlijke fouten worden een-op-een met besproken met de betreffende collega door arts/leidinggevende/verpleegkundige. Dit wordt gebracht als aandachts-/leerpunt.
    • Safety checks worden uitgevoerd bij het bed van dagdienst naar avonddienst met extra aandacht voor houdbaarheid LDA’s en medicatie in pompen
    • Focusthema’s op afdeling: o.a. Medicatieveiligheid/Houdbaarheid LDA's.
    • Verpleegkundige orderset evenals postoperatieve orderset is aangepast om instructies eenduidiger te maken.
Verdeling van meldingen - top 10 en overig

Nalaten van behandeling door verpleegkundige betreft o.a. pleister neus/maagsonde niet vervangen of geen contact met anesthesist bij loszittende epiduraal. Ook bij deze meldingen geldt dat het gaat om de gehele patiëntenpopulatie van de gecombineerde verpleegkunde afdeling, dus ook deels patiënten met een internistische aandoening.

PDCA-cyclus

Binnen onze afdeling wordt jaarlijks het werkplezier, de vitaliteit en het aanspreekgedrag geëvalueerd. Deze evaluaties worden integraal besproken binnen de pijler. Daarnaast vond er een extra evaluatie plaats in het kader van de kwaliteitsvisitatie van de NVOG. Uit de resultaten van de laatste enquête bleek dat de respons binnen onze groep (staf benigne gynaecologie) 55% bedroeg, wat iets boven het gemiddelde responspercentage van 49% ligt, maar nog steeds ruimte voor verbetering laat. Een mogelijke verklaring voor de lage respons kan te maken hebben met de werkdruk en administratieve lasten, die ook uit de enquête naar voren kwamen. Zo gaf 76% van de medewerkers aan te weinig tijd te hebben voor hun taken, en noemde 69% regeldruk en administratieve taken als belangrijke factoren die bijdragen aan de werkdruk. Dit suggereert dat het invullen van een uitgebreide vragenlijst mogelijk als een extra belasting werd ervaren.

Daarnaast lijkt er een zekere mate van terughoudendheid te zijn om feedback te geven, mogelijk ingegeven door de impact van hun mening. Tijdens de eerdere kwaliteitsvisitatie van 2023 werd echter door stafartsen aangegeven dat er voldoende ruimte was voor inbreng en dat fouten goed bespreekbaar zijn. Ook werd aangegeven dat men in het algemeen tevreden was over leidinggevenden en de mogelijkheid om te groeien. Medewerkers gaven aan trots te zijn op hun werk en de werkplek aan anderen zouden aanbevelen. Bovendien was men trots op de innovatie, de derdelijns rol en het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs binnen onze pijler. Onze pijler werd zeer positief beoordeeld door de externe commissie, die gesprekken voerde met diverse medewerkers, zoals OK-assistenten, verpleegkundigen, poli-medewerkers en specialisten waarmee we in MDO’s samenwerken of opereren. De commissie gaf geen enkel verbeterpunt en benoemde onze pijler als een voorbeeld voor andere afdelingen.

Toch zagen wij zelf als staf drie verbeterpunten. Het eerste punt was het rechtstreeks aanspreken op ongewenst gedrag en het beter naar elkaar luisteren. Het tweede punt betrof de verschillende werkplekken, die de cohesie onder druk zetten en niet bijdragen aan het elkaar aanspreken. Het derde punt was de administratieve druk.

Om deze punten aan te pakken, hebben we gekozen voor een training met de volledige staf, begeleid door een coach, om bewustwording te creëren over verschillende communicatiestijlen en om oefeningen te doen in beter luisteren en elkaar aanspreken. Dit thema hebben we ook tijdens de afgelopen interprofessionele strategiedag opnieuw als belangrijkste punt behandeld, omdat de uitslagen van de Wellnext-enquête aangeven dat hier blijvend aandacht voor nodig is. Een andere oplossing, voorgesteld door het werkplekmanagement (WPM), is het introduceren van een ‘safe space’-sessie, waarin medewerkers vrijuit zorgen en ervaringen kunnen delen zonder consequenties. Dit idee moet echter nog verder worden uitgewerkt. Een andere verbeteractie die is doorgevoerd, is het huisvesten van alle stafkamers benigne gynaecologie op één gang vlak bij de klinische afdeling G6N. Wij verwachten dat dit significant zal bijdragen aan de cohesie binnen het team. We gaan ervan uit dat deze fysieke nabijheid de informele communicatie bevordert en een hechtere samenwerking mogelijk maakt.

Een laatste punt dat naar voren kwam bij de kwaliteitsvisitatie was de structuur en frequentie van ons stafoverleg. In plaats van wekelijks overleg, waarin veel herhaling voorkwam en niet iedereen altijd aanwezig was, vergaderen we nu via een vast format op efficiëntere wijze één keer per maand. We hebben afgesproken dat iedereen dit overleg prioriteert. We merken nu al een positief effect. Na een half jaar staat een officiële evaluatie van deze nieuwe vorm en lagere frequentie op de agenda, zodat we gemaakte aanpassingen indien nodig verder kunnen verbeteren.